Cynthia

Cynthia Stijger Aramburu (1973) groeide op in Rotterdam en was een dromer. Ze staarde meer naar buiten dan naar het schoolbord, bleef zitten op de lagere school omdat ze te speels was voor het voortgezet onderwijs en creëerde haar Fantasia uit The Neverending Story in het park om de hoek. Daar redde ze dieren in nood en lag uren in het gras naar de wolken te kijken. Ze deed Havo en Atheneum met haar hakken over de sloot en genoot op school het meest van de literatuurlessen.

Elke zomer reed ze in de vakantie met haar ouders en twee zusjes in een met cadeaus afgeladen gele Simca naar haar familie in Spanje. Terwijl een maand lang de familiebanden aangetrokken werden, luisterde zij naar de verhalen die haar bedlegerige grootmoeder vertelde. Toen haar grootouders  overleden waren, maar haar nieuwsgierigheid gewekt, ging ze op zoek naar haar wortels en studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde in Utrecht. Ze twijfelde tussen literatuur en vertalen en specialiseerde zich toen maar in allebei. 

In Utrecht leerde ze haar lief kennen en slenterde met hem uren door de oude stad. Het leven als student beviel haar zo goed dat ze zes en een half jaar over haar studie deed. Voor haar afstudeerscriptie onderzocht ze de verloren identiteit van de personages in het werk van haar favoriete schrijver Javier Marías. Ze studeerde als eerste af in het tot de verbeelding sprekende jaar 2000, waarna ze zich in de volwassen realiteit begaf en vertaalwerk ging doen bij de Spaanse Ambassade in Den Haag. In de avonduren gaf ze ook nog een tijd Spaanse les op een opleiding voor vertalers.  Hoewel ze in het begin genoot van het volwassen zijn en haar ruimere beurs, begon het na vijf jaar te kriebelen. Ze trouwde met haar lief, kreeg twee prachtige dochters en stopte voor hen met werken omdat ze het rustpunt van haar gezin wilde zijn.

Ze genoot van het moederschap, cijferde zichzelf weg, de meisjes groeiden, gingen naar school en Stijger Aramburu kreeg meer tijd om op te pakken wat ze sinds haar jeugd altijd had gedaan: schrijven. Haar lief spoorde haar aan om het boek te schrijven waar ze altijd van had gedroomd. En aangezien hij ook vond dat je je dromen moet leven, boekte ze in de zomer van 2010 een reis naar Amerika. Met een hart vol heimwee, en een schuldgevoel als teer in haar keel omdat ze haar meisjes achter liet, zat ze eenzaam in haar berghut en keek uit over de groene skipistes van Robert Redford’s Sundance en vroeg zich af wat ze in hemelsnaam zo ver weg deed.

Maar toen de vermoeidheid van de jetlag verdwenen was en de wandelingen in de ongerepte natuur haar terugvoerden naar zichzelf, besefte ze dat niets voor niets is. Het gevoel weg te zijn van degenen die je het liefste zijn, inspireerde haar tot de personages voor haar boek en ze begon die gevoelens woorden te geven. Ze was weer terug bij het meisje met een onbegrensd fantasieleven, maar nu beschikte ze over de nodige levenservaring om de fantasie gestalte te geven.

Eenmaal terug in Nederland reisde ze zoals ieder jaar naar Spanje en bezocht het geboortedorp van haar grootmoeder, waar ze de geboorteakte van haar overgrootmoeder Aurora in handen kreeg over wie ze van haar oma veel had gehoord, maar die niemand werkelijk had gekend. De vragen die ze nooit had kunnen stellen, werden in een klap beantwoord. Het gaf haar het inzicht, dat de geschiedenis van voorouders doorgegeven wordt zonder dat men zich daarvan bewust is. De patronen zijn steeds dezelfde tot iemand die doorbreekt. Het zou een van de thema’s van haar boek Aurora worden.

Met voldoende stof voor een roman, schreef ze gedurende twee jaar aan Aurora tot ze een writers block en geen letter meer op papier kreeg. Bijna had ze haar schrijfsels verscheurd, tot ze in 2012 lucht kreeg van de Schrijversweek van Geert Kimpen en Christine Pannebakker met kans op een boekcontract. Ze gaf zich op, liet zich coachen, haar manuscript werd geselecteerd voor publicatie en ze won het auteurscontract bij Uitgeverij De Brouwerij/Brainbooks. De publicatie van Aurora werd een feit. Een droom was werkelijkheid geworden...